Aansprakelijkheid motorrijtuigen

 
 

Mocht je als voetganger of fietser deelnemen aan het verkeer, dan ben je volgens de wegenverkeerswet een zwakke verkeersdeelnemer. Artikel 185 Wegenverkeerswet – die op 1 januari 1995 in werking tradt – beschermt deze ‘zwakke’ verkeersdeelnemers tegen sterke verkeersdeelnemers, zoals motorrijtuigen. Maar wat regelt artikel 185 WVW nu eigenlijk nog meer?

 

Zwakke en sterke deelnemers

 

Binnen de Wegenverkeerswet heb je zwakke en sterke verkeersdeelnemers. Zwakke verkeersdeelnemers zijn deelnemers zonder motorrijtuig. Hierbij kun je denken aan voetgangers en fietsers, maar ook trams en zelfs treinen zijn geen motorrijtuigen in de zin van de Wegenverkeerswet. Naast zwakke heb je ook sterke verkeersdeelnemers, dit zijn juist deelnemers mét motorrijtuig. Motorrijtuigen zijn – volgens de Wegenverkeerswet – alle voertuigen die uitsluitend of mede door een mechanische kracht, op of aan het voertuig zelf aanwezig dan wel elektronische trekkracht met stroomtoevoer van elders, met uitzondering van fietsen met trapondersteuning. Een scootmobiel valt overigens onder de zwakkere verkeersdeelnemers.

 

Doelstelling

 

Artikel 185 WVW ziet op de aansprakelijkheid van niet-gemotoriseerde verkeersdeelnemers (zwak) ten opzichte van gemotoriseerde verkeersdeelnemers, maar artikel 185 WVW beschermt voornamelijk de zwakke verkeersdeelnemers. Dit betekent dat als er een ongeval heeft plaatsgevonden tussen een gemotoriseerd voertuig en een zwakke verkeersdeelnemer het gemotoriseerde voertuig in eerste instantie aansprakelijk is voor de schade. Schuld aan de kant van de zwakke verkeersdeelnemer is in deze kwestie niet relevant.

 

Voorwaarden 

 

  • Er dient sprake te zijn van een verkeersongeval tussen motorrijtuig en een niet-motorrijtuig. Enkel een botsing met het voertuig is niet noodzakelijk. Het is voldoende dat het motorrijtuig betrokken is bij het ongeval.
  • Het motorrijtuig moet op een voor het verkeer openstaande weg hebben gereden, dat wil zeggen een weg of pad waar het verkeer kan komen. Een parkeerplaats die bijvoorbeeld is afgesloten met een slagboom – en voor iedereen toegankelijk is – valt hier ook onder. Een privé parkeerplaats daarentegen niet. Onder de term ‘rijden’ wordt verstaan: deelnemen aan het verkeer, dus niet wachtend op een verkeerslicht.

 

Uitzonderingen

 

Net spraken we over dat de eigenaar van het gemotoriseerde voertuig altijd aansprakelijk is voor de schade die is geleden door het ongeval – ongeacht de schuld van de zwakke verkeersdeelnemer – maar er is een uitzondering op de regel. In geval van overmacht is er namelijk sprake van bevrijding van de aansprakelijkheid. Van overmacht is sprake als de situatie of de gedraging van de zwakke verkeersdeelnemer zo onvoorspelbaar is dat de bestuurder van het gemotoriseerde voertuig er geen rekening mee had kunnen houden. De bewijslijst in praktijk is echter lastig. De definitie van overmacht is terug te vinden in artikel 6:75 van het Burgerlijk Wetboek. Daarnaast is 185 WVW niet van toepassing bij:

  • Motorvoertuigen die zaken of personen vervoeren.
  • Schade aan andere motorrijtuigen die aan het verkeer deelnemen of om loslopende dieren.

 

Eigen schuld

 

De eigenaar kan zich beroepen op ‘eigen schuld’ van de zwakke verkeersdeelnemer. Er is sprake van ‘eigen schuld’ als de zwakke verkeersdeelnemer schuldig is aan het verkeersongeval. Mocht er sprake zijn van ‘eigen schuld’ dan krijgt de zwakke verkeersdeelnemer maximaal 50% vergoed van de wederpartij.

 

Schade24 

 

Bij (letsel)schade door een verkeersongeval krijgt u altijd te maken met een verzekeringsmaatschappij. Dit zijn vaak grote organisaties waar het soms lastig kan zijn om de (letsel)schade te verhalen. De schadespecialisten van Schade24 staan voor je klaar om je te ondersteunen bij het schadetraject. Wij doen er alles aan om dit proces zo probleemloos te laten verlopen.

 

Over auteur

J.A.P. Kuijpers
Letselschade jurist  

 
 

MISSCHIEN OOK INTERESSANT