Automatisch inschakelende verlichting

 
 

Automatisch inschakelende verlichting op je auto, ‘handig!’ denkt men in eerste instantie. Dat scheelt weer een te verrichten handeling. Een lichtsensor registreert de lichtinval en schakelt indien nodig de verlichting in. Het blijkt echter niet altijd zo handig te zijn. De lichtsensor registreert namelijk niet alle omstandigheden, waardoor de verlichting niet altijd inschakelt. Dit kan voor veel gevaarlijke situaties zorgen. Een botsing is vaak het gevolg. 

Er bestaan allerlei soorten verlichting die allemaal hun eigen kenmerken hebben. De plaats waar u rijdt, het weer en het tijdstip zijn allemaal bepalend voor welke verlichting u moet voeren. Vaak is het voeren van bepaalde verlichting verplicht. Het komt echter ook voor dat het slechts toegestaan is. Dan mag u dus ook zonder verlichting rijden. Dit is bijvoorbeeld overdag het geval, mits het helder weer is en u niet in een donkere omgeving rijdt zoals in een tunnel.

Belangrijk is om onderscheid te maken tussen automatische dagrijverlichting en automatisch inschakelende dimlichten.

Dagrijverlichting

In 2011 is het hebben van automatische dagrijverlichting verplicht gesteld voor alle nieuw geproduceerde auto’s. Dagrijverlichting is verlichting aan de voorzijde van een motorvoertuig, die is bedoeld om het voertuig overdag beter zichtbaar te maken. Deze wordt automatisch ingeschakeld wanneer de auto wordt gestart. Hierbij is op te merken dat dit slechts de verlichting aan de voorkant van het voertuig betreft. Volgens de Europese richtlijn was verlichting aan de achterzijde destijds niet toegestaan.

Een auto moet ook aan de achterkant goed zichtbaar moet zijn. Vanaf 2015 is het daarom toegestaan om ook achterlichten te koppelen aan de dagrijverlichting. Dit is echter geen verplichting, waardoor er nog altijd vele auto’s rondrijden zonder verlichting aan de achterkant.

Dimlicht

Naast de dagrijverlichting is er het dimlicht. Dit is de verlichting die u verplicht bent om te voeren wanneer u ’s nachts in het donker rijdt. Ook wanneer u in een tunnel rijdt of bij slecht zicht overdag (bij mist, sneeuwval, hagel of regen) bent u verplicht om uw dimlichten aan te zetten. Bij ingeschakeld dimlicht branden zowel de koplampen als de achterlichten.

Lichtsensor

Veel bestuurders hebben de knop van het dimlicht op de stand ‘automaat’ staan. Zij rekenen er dan op dat het inschakelen van de lichten onder alle omstandigheden vanzelf gaat. Dit werkt door middel van een lichtsensor die de lichtinval registreert. Is het donker buiten of rijdt u in een donkere tunnel, dan wordt inderdaad het dimlicht (voor en achter) automatisch ingeschakeld.

Echter, een probleem dat zich voordoet bij deze lichtsensor is dat slechte weersomstandigheden niet altijd worden herkend. Bestuurders zijn dan in de veronderstelling dat de verlichting automatisch ingeschakeld is, maar dit is niet het geval. Vaak rijdt men dan alleen met dagrijverlichting, waarbij er bij veel auto’s dus geen achterlicht brandt. En dat terwijl u verplicht bent bij slecht zicht overdag uw dimlichten aan te hebben. Want juist bij slecht zicht door bijvoorbeeld mist, is het ontzettend belangrijk dat uw voertuig goed verlicht is zodat deze (op tijd) wordt opgemerkt. Het is natuurlijk levensgevaarlijk wanneer er plots een onverlicht obstakel voor uw neus opdoemt.

Tot slot

Let dus goed op welke verlichting u moet voeren bij welke omstandigheden, en of u deze ook daadwerkelijk aan heeft staan. De oplossing is simpel: gewoon het dimlicht zelf inschakelen zodra er sprake is van mist of regen. Je bent als bestuurder tenslotte zelf verantwoordelijk en daarnaast riskeert u een boete wanneer u onjuist verlicht rondrijdt.

 

Over auteur

F. Smits
Letselschade jurist  

 
 

MISSCHIEN OOK INTERESSANT