Casus affectieschade

 
 

Casus

In augustus 2018 werden twee Amerikaanse toeristen neergestoken op het Centraal Station in Amsterdam. De mannen waren samen met hun vrouwen op weg naar een bruiloft. De gevolgen waren voor een van de slachtoffers desastreus: hij heeft een complete dwarslaesie, omdat zijn ruggenmerg bijna helemaal was doorgesneden. Gevolg is dat hij nooit meer zelfstandig zal kunnen lopen, chronische pijn heeft en nooit meer kan werken. Zijn vrouw kreeg bovendien twee maanden na de aanslag een miskraam. Het is nog maar de vraag of zij ooit kinderen kan krijgen. Het andere slachtoffer liep een zenuwbeschadiging op en kan daardoor een van zijn handen waarschijnlijk nooit meer goed meer gebruiken.[1]

De 20-jarige dader heeft geen enkel berouw of spijt betuigd, maar juist gezegd dat hij hetzelfde zal doen als zijn geloof opnieuw beledigd wordt, daarom kreeg hij de hoogst mogelijke straf en moet hij een recordbedrag van bijna 3 miljoen euro aan schadevergoeding betalen. Kortom, er is erg veel leed geleden, maar de vraag doet rijzen: kan de partner van het slachtoffer met de dwarslaesie ook een schadevergoeding krijgen voor haar (emotionele) schade? Heeft zij recht op wat wij in het recht noemen: affectieschade? Affectieschade is emotionele schade dat wordt veroorzaakt door overlijden of ernstig gewond raken van een naaste als gevolg van een gebeurtenis, waarvoor een ander aansprakelijk is.[2] Dus hiervoor kan smartengeld gevraagd worden op grond van de wet.

 

De wet

Tot 1 januari 2019 was het niet mogelijk om deze schade te verhalen. Dat lijkt gevoelsmatig onrechtvaardig, zeker na zo’n heftige gebeurtenis. Dat vond de wetgever ook. Sinds 1 januari 2019 is het namelijk mogelijk om deze schade te verhalen op basis van de wet. Dit ongeval is gebeurd in de zomer van augustus 2018, dus het is niet mogelijk om deze schade te verhalen, want het gaat om de datum van het ongeval. Maar stel dat het afgelopen zomer (2019) was gebeurd. Dan was het wel onder de wet gevallen. De vraag die dan gesteld moet worden is of er sprake is van ernstig of blijvend lichamelijk letsel. Volgens de wet moet er sprake zijn van 70 procent blijvende invaliditeit bij het slachtoffer.[3] In dit geval is het duidelijk: slachtoffer kan niet meer lopen, heeft chronische pijn en kan nooit meer werken, dus die 70 procent wordt dan gehaald. In andere gevallen kan het heel lastig zijn om die 70 procent te halen, zeker omdat de wet nog maar net nieuw is en de begrippen van het artikel ‘ernstig of lichamelijk letsel’ nog moeten worden ingekleurd.

Tevens is er nog een harde eis dat het artikel stelt, namelijk dat er een zeer nauwe band dient te zijn met het slachtoffer. Partners en kinderen vallen hier onder. Het artikel geeft een open norm, want in het artikel staat naar ‘redelijkheid en billijkheid’ een nauwe band. Voor de omstandigheden om te bepalen of er sprake is van een zeer nauwe band, kan men kijken naar de omstandigheden als intensiteit, de aard en de duur van de relatie. De hoogte van de schadevergoeding istussen de 12.500 euro en 20.000 euro.[4]

 

Conclusie en toekomst

Kortom, in deze zaak had de partner van het slachtoffer affectieschade kunnen ontvangen, omdat voldaan was aan de wet. Maar randgevallen zijn onzeker, zoals bijvoorbeeld een whiplash of letsel dat zorgt voor verlies van hersenfuncties, want is dat 70 procent blijvende invaliditeit? Er moeten dus nog veel zaken komen om te bepalen hoe de vergoeding voor affectieschade zal gaan lopen. Wordt vervolgd…

 

[1] Rb. Amsterdam 14 oktober 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:7566.

[2] Art. 6:107 en art. 6:108 BW.

[3] Kamerstukken II 2014-2015, 34257 3.

[4] Besluit tot vaststelling vergoeding affectieschade 20 april 2018 ,

Staatsblad 2018 133.

 

Over auteur

L.Schuttert
Letselschadebehandelaar  

 
 

MISSCHIEN OOK INTERESSANT