Het fiscale aspect van een letselschadevergoeding

 
 

Allereerst de vraag betaal je belasting over je schadevergoeding? Je schadevergoeding bestaat uit verschillende onderdelen. Een van die onderdelen is onkosten. Dit zijn de kosten die je niet zou hebben gemaakt als het ongeval niet zou hebben plaatsgevonden. De onkosten die je maakt, worden niet gezien als winst of inkomstenbron. Het is een vergoeding voor je schade, de gemaakte kosten. Het wordt dus niet belast. 

Ten tweede kan er sprake zijn van een vermindering aan inkomsten. Door het ongeval kan het zo zijn dat je niet meer in staat bent om te werken of niet meer in dezelfde mate. Hiermee loop je dus inkomsten mis. Een vermindering van inkomsten is puur fiscaal gezien wel winst, maar een schadevergoeding voor inkomstenverlies is een nettobedrag. Het zou in principe onbelast moeten blijven. Toch kan hiervan worden afgeweken als het gaat om een tijdelijk verlies aan inkomsten. 

Het laatste deel van je vergoeding is smartengeld. Dit is jouw vergoeding voor het psychische leed dat is geleden door het ongeval. Het bevat alle immateriële schade die je hebt geleden. Smartengeld is een compensatie voor de schade van het psychisch leed en is geen winst. Hierop zou ook geen belasting moeten worden betaald. 

Letselschadevergoedingen worden ook wel netto-uitkeringen genoemd omdat er geen belastingen op verschuldigd zijn. 

 

Schadevergoeding en inkomstenbelasting

In box 1 van het belastingstelsel wordt de inkomstenbelasting ingevuld. Schadevergoedingen zijn geen inkomsten omdat er geen winst bij betrokken is. Om die reden hoef je in box 1 geen schadevergoeding aan te geven.

De belastingdienst kan wel beslissen dat je belastingen moet betalen op het verlies van verdienvermogen op basis van het tarief van box 1. Om die reden wordt vaak een belastinggarantie aangeraden.

 

Schadevergoeding en vermogensbelasting

Volgens de huidige regelgeving wordt schadevergoeding die aan een slachtoffer wordt uitbetaald, netto uitgekeerd. Dat betekent dat er geen inkomstenbelasting over betaald hoeft te worden. De schadevergoeding moet wel verantwoord worden als vermogen. De ontvangen vergoeding wordt belast onder de vermogensrendementsheffing van box 3, voor zover een slachtoffer met zijn totale vermogen boven de belastingvrije som uitkomt.

De schadevergoeding moet wel gemeld worden in box 3 van je belastingaangifte. Als de letselschade uitkering boven de vermogensgrens komt, moet je belasting betalen volgens het tarief[1]van box 3. Box 3 gaat over sparen en beleggen. Het is een berekening van je bezittingen min je schulden op 1 januari van het jaar waarvoor je aangifte doet. Het is niet de werkelijke opbrengst die wordt belast, maar een fictief rendement. Dat houdt in dat hetgeen wordt belast wat je uit je vermogen zou kunnen halen.

 

Ontwikkelingen; vrijstelling WLZ en WMO 

Tot 31 december 2018 had de letselschadevergoeding ook invloed op de hoogte van de eigen bijdrage in het kader van de Wet Langdurige Zorg (WLZ) en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Dit omdat de letselschadevergoeding ook meetelde voor de vermogensinkomensbijtelling. Mensen die langdurige zorg nodig hebben en behoefte hebben aan maatschappelijke ondersteuning kunnen een beroep doen op deze regelingen, maar dienen wel een eigen bijdrage te betalen. De hoogte van de eigen bijdrage is afhankelijk van het inkomen en het vermogen van degene die een aanvraag doet. Dat was problematisch voor mensen die recht hadden op een letselschadevergoeding, maar nog wel een beroep moesten doen op de Wmo en de Wlz. Door de uitkering van letselschadevergoeding steeg het vermogen, waardoor de eigen bijdrage ook hoger werd. Deze verhoging van de eigen bijdrage diende daarom te worden meegenomen in de letselschadevergoeding, die daardoor ook weer hoger werd. Deze vicieuze cirkel was problematisch voor zowel verzekeraars als letselschadeslachtoffers en er is door verschillende partijen langdurig gelobbyd om dit op te lossen.

Vorig jaar werd door minister Hugo de Jong bekend gemaakt dat een letselschadevergoeding wordt vrijgesteld van de vermogensinkomensbijtelling, waardoor een letselschadevergoeding minder invloed heeft op de eigen bijdrage van de Wlz en de Wmo. De letselschadevergoeding telt nog wel mee voor het verzamelinkomen.

 

Vrijstelling vermogensbelasting

Een aantal Kamerleden willen onderzoeken in hoeverre het mogelijk is om een letselschadevergoeding buiten de vermogensbelasting te houden. De staatssecretaris van financiën (Menno Snel) heeft hier eerder op gereageerd: volgens hem zal het uitzonderen van letselschadevergoedingen het belastingstelsel nog complexer maken, waardoor het niet meer uitvoerbaar zou zijn voor de belastingdienst. Het Verbond van Verzekeraars, Slachtofferhulp Nederland en de LSA wijzen erop dat verschillende andere uitkeringen wel al worden vrijgesteld van vermogensbelasting. Ook wordt gesteld dat in het verleden al eerder letselschadevergoedingen zijn vrijgesteld van vermogensbelasting, zoals de vergoedingen in het kader van de Volendamse nieuwjaarsbrand.

Hoewel de staatssecretaris nog weinig lijkt te voelen voor het voorstel, is het wel te hopen dat hij het voorstel serieus in overweging neemt. Een vrijstelling van de vermogensbelasting zal in ieder geval bijdragen aan een soepelere en vlottere afwikkeling van letselschadezaken, waar het slachtoffer vooral bij gebaat zal zijn.


[1]Over je belastbaar inkomen uit sparen en beleggen betaal je 30% belasting

 

Over auteur

M. van Luttikhuizen
Letselschade jurist  

 
 

MISSCHIEN OOK INTERESSANT